De Groene Oase is opgericht in 1989 en is een touwtrekvereniging in Maasland (Zuid-Holland). Onze club heeft een rijke historie en heeft uitstekende faciliteiten voor training en wedstrijden. Touwtrekken is een echte teamsport, actief voor jeugd, dames en heren.
TTV Groene Oase beschikt over een sfeervol clubhuis met een (vernieuwde) keuken. Voor trainingen wordt gebruik gemaakt van een overdekte trainingsbaan van 10 x 40 meter met lift. De lift bestaat uit een ijzeren paal van ongeveer 4 meter, waaraan gewichten van 35 kg per stuk opgehoogd kunnen worden. Daarnaast beschikt de Groene Oase over een officieel outdoor wedstrijdveld van 50 x 30 meter.








Azië, Kongo, Nieuw-Zeeland – ritueel en sport
Bewijs uit Egypte (Merera-ku graftombe)
Heroïsche kampioenschappen in Scandinavië en Duitsland
Populair bij toernooien in Franse chateau-tuinen, later Groot-Brittannië
Eerste georganiseerde sport in Europa, onderdeel van atletiek
1900–1920, daarna uit programma gehaald
NTB erkenning door TWIF en internationale groei
Mannen- en vrouwenteams presteren top wereldwijd
TTV De Groene Oase vindt haar oorsprong in een groep mensen die het houden van duiven als gezamenlijke hobby hadden. Deze “duivenmelkers” namen in de jaren tachtig regelmatig deel aan recreatieve touwtrektoernooien.
In die tijd was touwtrekken in Nederland al een officiële sport met een eigen bond, maar in Maasland werd de sport voornamelijk beoefend tijdens Sport- en Speldagen en op Koninginnedag. Een uitzondering hierop was de touwtrekploeg van de Weverskade. Zij trainden elk voorjaar een aantal keer voordat zij deelnamen aan wedstrijden tijdens braderieën in het Westland en lokale evenementen in Maasland. Door hun voorbereiding wonnen zij vaak de wedstrijden.
De man van het eerste uur was (Chris) Stoffel Quak. Hij werkte in de tuin van zijn zwager Kees Moerman, de broer van de coach van de ploeg van de Weverskade. Waarschijnlijk werd hij hierdoor geïnspireerd om zelf een team te vormen.
Op Koninginnedag in 1982 schreef hij zich voor het eerst in met een ploeg onder de naam “De Duivenmelkers”. Sommige teamleden hielden namelijk duiven. Stoffel verscheen bij de wedstrijd in een complete duivenmelkersoutfit met stofjas, pet en klompen. Hij had zelfs een mand met duiven bij zich en liet deze los voordat de eerste wedstrijd begon. Hij maakte er een echte show van, tot groot plezier van het publiek.
Later dat jaar deed het team nog mee aan een wedstrijd tijdens de braderie van de Steendijkpolder in Maassluis. Ook daar genoot het publiek zichtbaar van de show van Stoffel. Tijdens de laatste wedstrijd sloeg hij zelfs zijn witte klompen aan stukken toen het team hun eerste beker won.
Hoe oud is niet precies meer na te gaan, maar het is bekend dat in Aziatische landen in de oude culturen werd touwgetrokken om de goden gunstig te stemmen voor een goede oogst of voor regen. Ook in het voormalige Kongo en in Nieuw Zeeland werd puur om die reden touwgetrokken. Later, vanaf circa 2500 jaar voor Christus was touwtrekken niet langer onderdeel van riten, maar werd beschouwd als sport. Bewijs van het touwtrekken als sport is gevonden in de graftombe van Merera-ku in Egypte en stamt uit 2500 voor de jaartelling. In West Europa begint de de sport in verhalen van heroÏsche kampioenschappen van Scandinavie en Duitsland. In de 15e eeuw was touwtrekken populair onderdeel van toernooien in de Franse chateauxtuinen en later ook Groot Brittanie. In het Europa van eind 19e eeuw werd touwtrekken voor het eerste een georganiseerde sport, veelal als onderdeel van de atletieksport.
Tussen 1900 en 1920 was touwtrekken een Olympische sport. Na 1920 werd het touwtrekken als Olympische sport geschrapt. Dit werd gedaan omdat de organisatie het aantal deelnemers aan de Olympische Spelen wilden beperken. Daardoor was internationale competitie niet langer mogelijk, maar touwtrekken bleef voorlopig nog bestaan als onderdeel van de atletiek. Pas in de vijftiger jaren werden er nationale touwtrekbonden opgericht en in de zestiger jaren vonden de eerste wereldkampioenschappen plaats onder de verantwoording van de TWIF (Tug of War International Federation).
De NTB (Nederlandse Touwtrek Bond), die in 1999 haar 40e verjaardag heeft gevierd, is één van de oudste nationale bonden binnen de nog steeds groeiende internationale federatie TWIF. In het jaar 2000 vierde de TWIF haar 40-jarig bestaan. Als een vroeg verjaardagskado kwam op 15 juni 1999 het bericht van de heer Samaranch, President van het Internationale Olympisch Comitee dat de TWIF de Olympische erkenning heeft verkregen. Met deze erkening was het mogelijk om deel te nemen aan de World Games. Op de World Games worden sporten beoefend die wel een Olympische erkenning hebben, maar niet op het programma staan van de Olypische Spelen. Deze erkenning van de TWIF, die voor de verdere groei en ontwikkeling van de touwtreksport enorm van belang is, is vooral een waardering voor de sportprestaties van de touwtrekkers. De touwtreksport wordt nu voor vol aangezien en komt eindelijk uit de sfeer van koekhappen en zaklopen. De touwtreksport zal nu haar ontwikkeling wereldwijd met volle kracht kunnen doorzetten.
In Nederland zullen de aansprekende prestaties van de nationale teams voor de nationale promotie van de touwtreksport positief meewerken. In de zwaardere klassen hebben de Nederlandse mannenteams de laatste jaren goede resultaten behaald en de Nederlandse vrouwen staan zeker ook hun “mannetje” binnen de wereldtop.
We maken gebruik van functionele en analytische cookies.
Meer hierover in onze privacy statement.